Recensie: Mortal engines

My guilty pleasure … een twee uur durende nietszeggende young-adult film meepikken met twee tienergrieten. Gewoon effe blik vooruit en verstand op nul.

(foto Peter Jackson, afkomstig van http://blog.colourfulrebel.com/peter-jackson-nieuwe-film-mortal-engines-doet-je-mad-max-direct-vergeten/)

Dit klonk misschien wat negatief, maar voor nietszeggende YA-film, was het een meevaller. IMDB scoorde een magere 6,4/10, Rotten Tomatoes ging nog verder met 29%, dus veel verwachtte ik er niet van. Mijn twee partners in crime waren allebei van “wauw”, dus als het doelpubliek tieners was, is de opzet geslaagd. Ik ga voor 7/10, vanwege het hersenloze, de mooie beelden en mijn persoonlijke voorkeur voor Misfit-Robert Sheehan.

Ik heb het vierluik van Philip Reeve (nog) niet gelezen, en dat is met opzet zo. Na jaren van andersom werken, kan ik ondertussen wel zeggen dat het boek ALTIJD beter is dan de film. Om geen teleurstellingen meer te moeten verwerken, doe ik het nu dus anders. Eerst de verfilming, dan het boek.

De film dus: de eerste twee minuten zijn een zeer snelle uitleg over het hoe en waarom van de vertoonde apocalyptische wereld. Extreem kort dus, en in mijn ogen onvoldoende. Op zich niet onvoldoende om de film te kunnen volgen, maar je blijft wat op je honger zitten. De overige 126 minuten zijn een aaneenschakeling van knappe CGI, wat geroep en getier, en nog meer knappe CGI. Een echte conversatie is ver te zoeken in deze prent, maar dat had ik ook niet verwacht. Vaak zit je ook met een vraagteken op je gezicht naar deze film te kijken. De diepgang in deze verfilming ontbreekt, en dat zorgt ervoor dat je je geen vragen mag stellen. Ik hoop ergens dat deel twee, drie en vier iets serieuzer worden, maar ik vrees dat het ijdele hoop is.

Neem jij als volwassene genoegen met de Marvel-franchise, dan is Mortal Engines iets voor jou. Je kan deze film gerust op zichzelf zien, er is een vrij duidelijk einde. Ben je echter meer het type “Mad Max: Fury Road”, sla dan deze film maar over. Gebruik die vrijgekomen 128 minuten om een interessant boek te lezen, eens lekker te gaan eten of te gaan sporten.

Advertenties

Recensie: Mary Poppins returns

MV5BMjM0MjEzOTQ1NF5BMl5BanBnXkFtZTgwODg4ODc5NjM@._V1_

Woensdagavond, avant-première van Mary Poppins Returns, gekoppeld aan de Ladies Night van Kinepolis. Glaasje bubbels, popcorn en een leuke film om je avond te vullen.

Mary Poppins 1.0, even terug in de tijd, is een musicalfilm uit 1964. Van voor mijnen tijd, zoals ze zeggen. Maar wel een jaarlijks terugkerend tv-moment zodra 25 december nadert. Deze film staat bekend als de populairste musicalfilm aller tijden, en ik denk dat je heel veel dertigplussers moet ondervragen vooraleer je iemand vindt die de film nooit gezien heeft. (Ze zijn er wel, net zoals ik nog nooit The Sound of Music gezien heb.)

Het verhaal draait rond de familie Banks, die na de zoveelste nanny buitengewerkt te hebben, onverwachte hulp krijgt van eentje die letterlijk en figuurlijk uit de lucht komt “gevallen”.

Mary Poppins returns speelt zich 20 jaar later af. De oorspronkelijke kinderen Banks zijn opgegroeid. Michael is een weduwnaar met drie jonge kinderen, en Jane is in de voetsporen van haar moeder getreden. Waar mama Banks vroeger suffragette was, is Jane nu “union lady”, vakbondsvrouw.

Net wanneer het ten huize Banks allemaal wat te veel wordt, landt Mary Poppins. Dit keer niet aan haar paraplu, maar wel aan de staart van een vlieger.

Ik was naar deze film vertrokken met de idee dat het om een remake ging. Niet dus! Mary Poppins is een vervolg, een sequel. Dit vervolg duurt even lang als zijn voorganger, maar het lijkt veel langer. Met momenten erger je je zelfs aan de kleurrijke beelden, waarbij dit bij Mary Poppins 1.0 nooit het geval is. Het verhaal neemt je dit keer niet mee, de overtuigingskracht ontbreekt.

Dit ligt niet aan de acteerprestatie van Emily Blunt (Mary Poppins). Zij straalt en zet een perfecte kopie neer. Of, om het met haar woorden te zeggen: “Practically perfect in every way”. Het ligt eerder aan de gladde lantaarnopstekers, de veel te volwassen nieuwe kinderen Banks en de belachelijke prestatie van Meryl Streep als Topsy.

Klein lichtpuntje? De eeuwig jong blijvende en geweldige Dick van Dyke (oftewel Navckid Keyd) als oude Dawes, en Angela Lansbury als ballonnendame.

Meer dan 2 uur heb ik op het o zo bekende “supercalifracilisticexpialidocious” gewacht, tevergeefs. Mary Poppins 2.0 was een leuke woensdagavond, en dat was dat.

Recensie: The Greatest Showman

Ik heb de filmzalen al een tijdje geleden opgegeven. Als je opgroeit met klassiekers als de Calypso en Cartoon’s in Antwerpen, is het altijd moeilijk om over te stappen naar de megabioscopen van UGC en Kinepolis. Ik heb deze overstap uiteindelijk 15 jaar de tijd gegeven, maar vorig jaar gaf ik er toch de brui aan. Het gebrek aan kwalitatieve films en de steeds hoger wordende ticketprijzen zorgden er mee voor dat ik mijn interesse in de bioscoop verloor. Nu fungeer ik enkel nog als chauffeur om mijn tienerdochter naar en van de filmzaal te rijden.

En toch ben ik deze week overstag gegaan om nog eens een filmticketje aan te schaffen. De puppy-ogen van mijn dochter zorgden er voor dat ik op een sneeuwerige woensdagnamiddag in de auto kroop, en met twee giechelende tieners naar Hasselt reed. Het enige dat ik wist, was dat ze The Greatest Showman wilden zien. Ik had een trailer gezien, en voor de rest niets. Ik wist dat het over PT Barnum’s freakshow ging, maar dat was het dan.

Biografie

Mijn ticketje van € 10,80 gaf me een verschrikkelijk gevoel, een gevoel dat verdween als sneeuw voor de zon bij het starten van de film. The Greatest Showman zuigt je in het doek, vanaf de eerste seconde. De film start op “oude wijze”, donkere schermen met witte letters, ietwat stotterend op het scherm geprojecteerd. Het geluid is eerst zacht, en je moet goed opletten om te verstaan wat er gezongen wordt. Bij het aanzwellen van het geluid, verheldert het beeld ook, en zie je Hugh Jackman als circusdirecteur zijn show openen.

Even later merk je dat het hier enkel om een droom, een fantasie, gaat van de piepjonge Phineas Taylor Barnum, op dat moment nog hulpje van zijn vader-kleermaker.

De eerste 10 minuten van de film geven je de nodige info mee voor de rest van het verhaal. De ontmoeting tussen Barnum en Charity, de afwijzing door Charity’s vader, de zoektocht naar een inkomen, de occasionele ontmoetingen met speciale personen, persons with curiosities, zoals ze in het verhaal worden voorgesteld.

Op het moment dat Barnum en Charity aan hun leven samen beginnen, stap je in een rollercoaster. Het ware verhaal is lichtjes aangepast (hey, Hollywood baby!), maar schitterend weergegeven. Barnum wordt doorheen de film afgeschilderd als een oplichter, een mislukkeling, een profiteur, en vooral als een entertainer en zakenman. Je kan niet anders dan sympathie hebben voor hem.

Zoals bij elke film die wordt vertoond, moet je door de verplichte pauze. Dat is een gigantisch minpunt, omdat je dit verhaal gewoon in één trek uit wil zien.

The Greatest Showman verdient meer dan zijn score van 55% op Rotten Tomatoes.

Filmposter

The Greatest Showman, met Hugh Jackman, Michelle Williams, Zac Efron, Zendaya, Rebecca Ferguson, Keala Settle, …

Over maartse hazen en gekke hoedenmakers

Maartse hazen – nrc

Maartse hazen, ik had er nog nooit van gehoord. Na nader onderzoek bleek dat ook heel  logisch te zijn. De uitdrukking “maartse hazen” bestaat in het Nederlands helemaal niet. En wie dacht dat Lewis Carroll de uitvinder was van dit vreemd knaagdier, is er ook aan voor de moeite. De journalist van het NRC heeft dit voor u nagetrokken. En om even helemaal zeker te zijn (want journalisten kun je zelden of nooit geloven), ben ik zelf ook even op zoek gegaan.

mad hatter
Uit Lewis Carroll’s Alice in Wonderland. De Maartse Haas en de Gekke Hoedenmaker drinken samen thee met de Dormouse (Slapende Muis) en Alice.

Eerst maar even in de etymologiebank: “misschien van het onstuimige gedrag van jonge hazen in de lente (lees paarseizoen)”. Dan maar even over het water gaan kijken, want daar is die “March hare” wel gemakkelijk terug te vinden, en dan vooral in de uitdrukking “mad as a March hare”. Het eerste gebruik van de maartse haas dateert van het begin van de jaren 1500 (voor zover bekend), en daar zou het gebruikt zijn om te verwijzen naar het gedrag van hazen in de lente, en bij uitbreiding in het broedseizoen. Iets later werd deze uitdrukking uitgebreid naar “onstuimig, gek, ongelooflijk dom, …”. Enfin, als iemand je “zo gek als een maartse haas” noemt, mag je er zeker van zijn dat dit geen compliment is.

Dan, de gekke hoedenmaker. Natuurlijk denkt iedereen nu aan Alice in Wonderland, want daar zat die gekke maartse haas netjes thee te drinken met de gekke hoedenmaker. Ook nu weer rechtstreeks onder het kanaal door naar die gekke Britten. “As mad as a hatter” zou voor het eerst gebruikt zijn in 1829 om aan te duiden dat iemand dement is. Iets later kwam er ook de betekenis “razend” bij (1837). De moderne theorie stelt dat weer dat het algemeen wordt gebruikt voor “vreemd gedrag”. Ondertussen is de wetenschap al een beetje verder, en weten we dat die gekke hoedenmakers niet zomaar gek waren. Ze leden aan kwik-vergiftiging.

The use of mercury compounds in 19th century hat making and the resulting effects are well-established – mercury poisoning is still known today as ‘Mad Hatter’s disease’. (http://www.phrases.org.uk)

Bronnen:

Phrases.org.uk

Etymologiebank Verenigd Koninkrijk

Etymologiebank Nederland

NRC – 20170316

Mijn gedacht …

Ken je dat, zo razend worden dat je er geen woord meer uit krijgt? Zou hier de uitdrukking vandaan komen :” Woorden schieten tekort? ”

Wanneer ik de betekenis van deze uitdrukking opzoek, kom ik er al snel achter dat het niet zozeer om razernij moet gaan. Het komt er op neer dat degene die de zin gebruikt, niet onder woorden kan brengen wat hij/zij bedoelt of voelt. Vaak gaat het dan om een droevige gebeurtenis. Maar bij mij, bij mij ging het dus om pure razernij. (En voor de curieuzeneuzen onder ons, de reden was te belachelijk voor woorden.) Oeps, weeral woorden die tekort schieten. 😉

Ik ben behoorlijk besproken, wat simpelweg gezegd zoveel betekent dat ik steeds een antwoord klaar heb. En dan moet ik soms denken aan al diegenen die oorspronkelijk in een andere taal opgroeiden, en dan naar Vlaanderen komen, of Nederland om het even uit te breiden. Dan zijn er toch onnoemlijk veel situaties waarbij je woorden tekort komt. Ik denk bijvoorbeeld niet dat de inburgeringscursus een onderdeel bevat “ruzieën in het Nederlands”. Wat wel een pluspunt zou zijn, want als je niet uit je woorden raakt, word je sneller gefrustreerd. Je begint je te ergeren aan de kleinste dingen, en uiteindelijk raak je geïsoleerd. 

En als er dan toch een cursus “ruziën in het Nederlands” zou komen, dan moet er ineens ook maar een cursus “ruzies uitpraten in het Nederlands” bijgegeven worden. Want, zoals mijn wederhelft het vaak zegt, je mag niet gaan slapen als je boos bent.

En dat uitpraten, dat is ook niet altijd even gemakkelijk. Ook hier moet je vaak naar de juiste woorden zoeken. En heel goed nadenken over je volgende zin. Want het Nederlands is een taal die vol zit met instinkers. Zonder rekening te houden met intonatie, kan je van het woord “zagenpier” een positief en een negatief woord maken. Sommige woorden hebben geen intonatie nodig, die zijn duidelijk genoeg op zich (maar dat laat ik voor een blogartikeltje op een later moment).

Beeld je eens in wat het voor een anderstalige moet zijn, om dagelijks te moeten nadenken over hoe hij/zij iets moet zeggen? Ik denk niet dat ik het zou kunnen. 

Soms denk ik bij mezelf na het horen van de één of andere koeterwaals sprekende politieker, “leer alsjeblieft Nederlands”. Maar dan moet ik mezelf verbeteren. Alleen Nederlands leren praten is niet voldoende. Je moet ook leren denken in het Nederlands. Want alleen op die manier kan je andermans woorden volgen. En als je andermans woorden kan volgen, kan je ruziën, discuteren, grapjes maken, het bijleggen, … Kortom, je raakt minder geïsoleerd en minder gefrustreerd. 

Ach, mijn hersenspinsels zijn ook niet altijd in het algemeen Nederlands. Maar ik ga er in de toekomst wel over waken dat ik niet te vaak meer wordt verrast doordat woorden me tekort zouden schieten.

Over wintertenen en zomersproeten

De ergste kou is het land uit, of toch alleszins de provincie uit, maar de wintertenen hebben toch nood aan iets warmere en vooral drogere temperaturen. En die zomer-sproetjes, die beseffen zelfs niet dat het winter is.

Wintertenen, ook wel perniones genoemd, is een vertraging in de reactie van bloedvaten in voeten en handen op temperatuurverschillen. In koude en natte periodes ontstaan roodheid, zwellingen, pijn en jeuk. Het komt het meeste voor bij jonge mensen, maar ook ouderen kunnen er last van hebben. Hoewel kou de belangrijkste factor is bij het ontstaan van wintertenen, speelt niet zozeer de temperatuur, als wel de vochtigheidsgraad van koude lucht een grote rol. In een vochtige omgeving wordt koude beter geleid dan in een droge omgeving en daarom komen wintertenen in zeer koude en dus droge streken, zoals in Scandinavië en Siberië, niet of nauwelijks voor.

Hoe zijn deze woorden in onze taal verzeild geraakt? Tijd voor een online trip naar de etymologiebank.

Op de site vinden we de herkomst van wintertenen en zomersproeten niet terug, de site is immers nog in opbouw. Het woord “sproeten” vind je er wel.

Wat vooral opvalt als je de etymologiebank raadpleegt, is dat het Nederlands vooral is opgebouwd uit leenwoorden. Sproet zou van het oudsaksisch ontleend zijn, en koffie uit het Arabische woord kahva.
Volgens wikipedia bestaat het Nederlands uit ongeveer 28.000 leenwoorden, geleend uit 28 verschillende talen.

Hebben wij dan geen eigen Nederlandse woorden meer? Natuurlijk wel. Als je bedenkt dat onze taal uit meer dan één miljoen woorden bestaat, exclusief de verouderde woorden, dan zijn die 28.000 leenwoorden een minuscuul onderdeeltje ervan. En alle jaren komen er originele woorden bij, dankzij leenwoorden, leenvertalingen, en sociale media.

Leuke link: Woord van het jaar – België


bron: Sijs, Nicoline van der (samensteller) (2010), Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/

Het nieuws, 125 jaar geleden …

3 november 2016, Gazet van Antwerpen bestaat 125 jaar. Als ludieke actie is de krant opgemaakt zoals ze er in het allereerste begin uit zag, voorzien van een “originele” bijlage.

Een heel leuk idee, zo’n krant op authentieke wijze uitgeven. Wat me onmiddellijk opviel was natuurlijk de prijs. De eerste krant ging over de toonbank aan 2 centiemen, én de eerste drie exemplaren werden gratis verdeeld. Goh, gratis! Dat is een woord dat we binnen 50 jaar niet meer kennen, vermoed ik.

Het tweede wat me opviel was de taal, de schrijfwijze, van de artikels. Hoeveel onze taal is gewijzigd in de laatste honderd en jaren is eigenlijk ongelooflijk. En het verklaart waarom er zoveel schrijffouten worden gemaakt. Want iemand die al zo’n tachtig jaar in dit Belgenland rondloopt, heeft al wat wijzigingen in de Nederlandse taal meegemaakt. Van Amerikaansche president en schrikkelijke moorden naar het ietwat modernere Amerikaanse president en verschrikkelijke moorden. Is onze taal gemakkelijker geworden in de loop der jaren? Persoonlijk vind ik van wel. Alhoewel ik mijn grootmoeder ook gelijk moet geven wanneer zij zegt dat de taal van toen duidelijker was. Geen letterdieven te vinden die de dubbele klinkers weghalen, gewoon dood – doodelijk, oog – oogenblik.

Is de Nederlandse taal een levende taal? Jawel. Getuige de wijzigingen van de laatste eeuwen, en de steeds toenemende woordenschat die jongeren gebruiken via sociale media. Twintig jaar geleden schreef noch sprak iemand over deleten, maar was het nog gewoon verwijderen of schrappen. Taal leeft, en dat moet zo blijven. Het houdt het letterwerk interessant.

gva_20161103